Posts tagged “God

Wandelen met God

Het lijkt me wel wat, ‘s avonds als de zon de lucht langzaam roze kleurt een wandeling maken door een mooie tuin. En dan in gesprek zijn met een interessant persoon, die ontzettend veel weet en een oneindige wijsheid bezit. En ondertussen genieten van al het moois om me heen.

Zo moet het ongeveer geweest zijn voor Adam en Eva, denk ik. Het verhaal gaat dat ze met God wandelden in de avondschemering, en misschien wel hun dag bespraken. Het was goed, voordat ze uit het paradijs gekickt werden.

En nu? Nu is wandelen met God een lekker abstract begrip geworden. Ik bedoel, niemand maakt meer praatjes met God terwijl ze langzaam slenteren door de tuin. Niet in het echie in ieder geval.

Misschien zegt de naam Henoch je niets, maar hij is een iets minder bekend Bijbelfiguur. Deze man leefde niet alleen onwijs lang (zo rond de 365 jaar), maar hij was ook nog eens een man die door God van de aarde werd mee genomen. Hij ging dus niet dood, maar God nam hem van de aarde af. Waarschijnlijk omdat het kan, maar er staat vooral over Henoch geschreven dat hij in nauwe verbondenheid met God leefde. Er staat ook over hem geschreven dat God vreugde in hem vond.

Ik denk dat wandelen met God zoiets inhoudt: in nauwe verbondenheid met God leven. We zijn dus een stapje dichterbij het mysterie gekomen. Nu we niet meer met God kunnen wandelen, moeten we die nauwe verbondenheid op een andere manier invulling geven. Hoe Henoch dat deed is niet echt te achterhalen, maar we kunnen er vast wel naar raden.

Om nu gelijk te zeggen dat Henoch fulltime met God aan het babbelen was, ik weet het niet. God was niet meer op de aarde, dus Henoch moet dan veel gebeden hebben. Want dat is toch dat ‘wandelen met God’, of niet?

Ik heb eens een dominee gekend, en van zijn vrouw zou ik zeggen dat ze met God wandelde. Ze was echt al tegen de 60 aan, maar ze stond vol in deze wereld: keek naar de televisie, hield van de radio en was goed op de hoogte van het laatste nieuws. Ze hield ook van tuinieren, en bloem schikken, viool spelen en lezen. Maar aan haar innerlijk kon ik zien en merken dat ze dichtbij God leefde. Ze had altijd een vriendelijk woord, vergat niet waar je mee bezig was, als je in een lastige periode zat dan kwam ze langs, als je iets leuks ging doen of bijna op vakantie ging dan gaf ze een kleine attentie, ze was lief voor kinderen, had goed contact met de jongeren en kon goed praten met de ouderen. Ik vond haar min of meer perfect, en een groot voorbeeld.

Ik denk dat ze veel in de Bijbel las, en veel nadacht over de wijsheden in die Bijbel. En dat is misschien ook wel wandelen met God. Het is misschien als wandelen met een wijze vriendin: ze laat je zien hoe de weg gaat, en hoe ze over de obstakels heen stapt en haar rug strekt na een klimpartij, maar uiteindelijk ben jij degene die zelf ook over de obstakels moet stappen, en dat doe je op je eigen manier.

Wandelen met God is dan misschien veel tegen Hem praten, Hem bevragen, de Bijbel lezen, andere wijze boeken lezen, met vrienden en vriendinnen praten, en je eigen maken wat God belangrijk vindt.

Wandelen met God klinkt dan misschien als iets ‘heiligs’, maar blijkt misschien wel heel praktisch te zijn…

Deze blog verscheen eerder op Webmagazine Puur.


Thuis

Thuis. Voor mij roept dat woord onvermijdelijk fijne herinneringen op. Het doet me denken aan de grote paarse bank, de planten in de vensterbank, het balkon waar de tomaten welig tieren, de fijne feestjes die ik er gegeven heb, de vrienden die zich er thuis voelen, de man die mijn bed deelt. Thuis.

…  that home is not quite home…

Bovenstaand zinnetje schreef ik drie jaar geleden toen mijn ouders uit elkaar gingen. Van het een op het andere moment woonde mijn vader niet meer bij mijn moeder. Van het een op het andere moment was thuis mijn thuis niet meer. Als ik nu naar mijn ouders ging, dan ging ik eerst naar het ene huis, en dan naar het andere huis. In het ene huis had ik gewoond, in het andere huis was ik op bezoek. In het ene huis gingen spullen weg die er in het andere huis bij kwamen. Belde ik met mijn moeder, dan wilde ik ook even mijn vader bellen.

Thuis hoeft niet – meer – vanzelfsprekend voor je te zijn. Misschien zijn ook jouw ouders uit elkaar, misschien is er altijd ruzie, misschien kan je niet zijn wie je wilt zijn, misschien zijn er een heleboel andere redenen waarom thuis geen thuis meer is. En dat is niet tof.

Thuis kan ook veranderen. Je thuis veranderd van ouderlijk huis naar studentenkamer, en van je studentenkamer naar je eerste eigen appartement. Thuis wordt iets om naar uit te kijken na een lange reis, na een dag hard werken. Thuis word je eigen veilige haven, waar je opnieuw begint, waar je een nieuwe kans krijgt.

Het is cliché misschien, om over God te beginnen. Om te zeggen: bij God kan je schuilen, mag je thuis zijn, mag je thuis komen. Alsof Hij niet had kunnen voorkomen dat mijn ouders uit elkaar gingen. Alsof Hij niet had kunnen voorkomen dat zo veel jongeren geen thuis meer hebben. Alsof Hij niet had kunnen voorkomen dat jouw thuis niet zo messed up was.

Antwoorden hierop zijn moeilijk te vinden, misschien ook moeilijk te aanvaarden. Ik ga niet zeggen dat je bij God thuis mag zijn, dat het bij Hem veilig is. Het is waar. Helemaal waar. Maar thuis is ook dat je twijfels en vragen hebt, dat je boos bent en Hem niet kan uit staan. Thuis is ook dat je er –misschien – ooit – achter komt dat Hij echt wel van je houdt en dat ook Zijn hart gebroken is. Thuis is ook dat je je een keertje omdraait en lacht, en zegt dat je dat heus wel wist. Maar daar moet je ook gewoon zelf achter komen.

Deze blog verscheen eerder op Webmagazine Puur.


Vlieg met me mee…

… naar de regenboog, regenboog …

Ik vind het prachtig. En zie je die tweede boog ook? Lang zo duidelijk niet, maar wel net zo bijzonder. Ik denk dan maar zo: God is ons niet vergeten.

Deze regenboog was te gek. En helder. Ik kon echt alle kleuren duidelijk zien: rood oranje geel groen blauw indigo violet. Ik heb er naar staan kijken en kijken. En er toen een plaatje van gemaakt.

Geniet jij er ook van? Ik wil verder je dag niet bederven hoor, maar ik bedacht me dat ze ergens in Afrika die boog al in tijden niet hebben kunnen zien. Gewoon, omdat de zon daar nu heerst. Je zou bijna denken dat God het daar vergeten is. Dat Hij niet door heeft dat het bij ons al continu regent en dat wij best een beetje zon willen. En zij vast wel een beetje regen. Of eten, for that matter.

Ik zal eerlijk zijn: ik zat – serieus –  erover na te denken of ik nou geld moest storten of het gewoon niet moest doen. Want ik dacht: ver van mijn bed. Boring. Strijkstok. Extremisten. Druppel. En dat is best triest om te denken. Vind jij ook. Ik ook. Dus toen heb ik gestort. Het minste wat ik kan doen. En een schietgebedje naar boven. Ik red daar misschien een klein meisje mee. Of de moeder die een maag verkleining uitvoert.

Ik kan leed, toch niet, laten passeren. Jij ook niet! Want je belt. Je betaalt je internet. Je bent op vakantie geweest. Je hebt koekjes gekocht. Dus, mocht je de weg richting je bankrekening niet weten te vinden, wordt het je hier gemakkelijk gemaakt. Zodat je zelf zo weinig mogelijk hinder hebt. En zij een beetje meer hoop hebben.


Uit God, ofzo

Afgelopen week heb ik gebikkeld aan een exegese over 3 Johannes. Niet omdat ik dat nou zo leuk vond, maar vooral omdat het moest. Exegese is duidelijk niet mijn ding.

De brief gaat grotendeels over het volgen van de waarheid, en over de tegenstelling tussen hen die dat wel doen, en niet. In vers 11 staat dan het volgende: Geliefde broeder, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goed doet komt uit God voort; wie kwaad doet heeft God niet gezien. Een mooie tekst wel, die het ons makkelijk maakt om lekker zwart-wit te denken en in te delen. Want zo simpel is het dan weer wel.

Maar nu dan dit: in dit boek vond ik het volgende regeltje, wat ik in de haast maar half heb neer gekrabbeld: [...] zegt dat iemands gedrag ten diepste bepaald wordt door zijn positie tegenover God. 

En dan komen bij mij wel langzaam de vragen boven drijven. Wat wordt er bedoeld met positie? Wat zegt dit over mij? En ehm, wat zegt dit over anderen?

Want wat is die positie tegenover God? Is dat een liefhebbende God – mens relatie (mijn twijfels over zo’n soort relatie daarbuiten gelaten)?  Is het iets meetbaars? Of is het iets waarvan we niet weten dat we het in ons hebben? Is het misschien een stukje bezieling, wat eigenlijk iedereen heeft? Kan ik stellen dat als de afstand God – mens ongeveer van Wageningen naar Tokyo is, ik dan misschien ergens in Kazachstan zit? En de racistische buurman op het randje van het eiland bungelt?

Als ik terugga naar de tekst, dan word ik nog geen zier wijzer. Want ik geloof dat ik goede dingen doe. De conclusie die daaraan vast zit, is dat ik uit God voort kom. En dat is natuurlijk te gek. Tegelijkertijd weet ik dat ik ook slechte en foute dingen doe, en dan heb ik opeens God niet gezien. Dus, zie ik Hem nu wel of zie ik Hem nu niet?

Misschien moet ik het gewoon zo zien: ik doe wat ik niet wil, en wat ik wel wil doe ik niet. En dan boeit die positie tegenover God misschien ook niet meer. En is het allemaal lekker genade.

Tegelijkertijd bedenk ik me ter plekke iets over die ene zin uit dat boek. Als het er vanuit gaat dat je gedrag ten diepste wordt bepaald door je positie tegenover God, dan zegt dat misschien niks over de werkelijke positie, maar zegt het misschien meer iets over God. Het zegt misschien iets over het Godsbesef wat in ieder mens zit, hoewel niet ieder mens dat zal erkennen als zodanig. En is het verder gewoon echt genade.